Zakelijke financiering bij meerdere BV’s werkt anders dan een enkelvoudige bedrijfslening. Financiers beoordelen niet één rechtspersoon, maar de hele structuur: de holding, de werkmaatschappijen, de onderlinge geldstromen en de verdeling van activa en risico. Hoe complexer de structuur, hoe belangrijker het is om de aanvraag goed voor te bereiden en bij de juiste financier neer te leggen. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over zakelijke financiering bij meerdere BV’s.

Waarom is financiering bij een holdingstructuur complexer?

Een holdingstructuur maakt financiering complexer omdat financiers niet automatisch de hele groep als één geheel beoordelen. Elke BV is een zelfstandige rechtspersoon met een eigen balans, eigen resultaten en eigen aansprakelijkheid. Financiers moeten begrijpen hoe de geldstromen lopen, waar de waarde zit en welke BV de lening daadwerkelijk kan dragen.

Banken en andere financiers werken met een zogenoemde risk appetite: een intern kader dat bepaalt hoeveel risico zij bereid zijn te nemen en op welke typen klanten zij zich richten. Een holdingstructuur met wisselende jaarcijfers, meerdere werkmaatschappijen of intercompanyleningen past niet altijd binnen dat kader. Dat betekent niet dat financiering onmogelijk is, maar wel dat de aanvraag meer toelichting vereist.

Bovendien kijken financiers naar de geconsolideerde cijfers van de groep én naar de individuele BV’s afzonderlijk. Als de winst in de holding wordt geparkeerd maar de werkmaatschappij weinig eigen vermogen heeft, kan dat vragen oproepen over de terugbetalingscapaciteit. Een heldere presentatie van de structuur, inclusief de onderlinge verhoudingen, is dan ook essentieel voor een succesvolle zakelijke financieringsaanvraag.

Welke BV leent bij een financieringsaanvraag?

Bij een financieringsaanvraag is de lenende partij doorgaans de BV die de lening nodig heeft en die de lasten kan dragen. Dat is in de meeste gevallen de werkmaatschappij, omdat zij de operationele activiteiten uitvoert en omzet genereert. De holding treedt dan vaak op als medeschuldenaar of borgsteller.

Er zijn situaties waarin de holding zelf de lener is, bijvoorbeeld bij de aankoop van een bedrijfspand dat op holdingsniveau wordt gehouden. In dat geval kijkt de financier naar de inkomsten die de holding ontvangt via managementfees of dividenduitkeringen vanuit de werkmaatschappijen. Die inkomsten moeten voldoende en stabiel zijn om de financieringslasten te dekken.

Wanneer er meerdere werkmaatschappijen zijn, kan de vraag ontstaan welke BV de meest logische leningpartij is. Soms is een gezamenlijke aanvraag namens de groep de beste route, waarbij meerdere BV’s hoofdelijk aansprakelijk zijn. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging van juridische en fiscale gevolgen, iets wat bij een zakelijke hypotheek of grotere financiering al snel aan de orde is.

Hoe beoordelen financiers de jaarcijfers van meerdere BV’s?

Financiers beoordelen de jaarcijfers van meerdere BV’s door zowel naar de geconsolideerde jaarrekening van de groep te kijken als naar de afzonderlijke resultaten per BV. Zij analyseren de winstgevendheid, het eigen vermogen, de liquiditeit en de schuldpositie op elk niveau om een volledig beeld te krijgen van de financiële gezondheid van de structuur.

Een veelvoorkomend knelpunt is dat jaarcijfers van holdingstructuren niet altijd een duidelijk beeld geven van de werkelijke verdiencapaciteit. Intercompanytransacties, managementfees en dividenduitkeringen kunnen het resultaat op holdingsniveau vertekenen. Financiers corrigeren hier doorgaans voor, maar zij verwachten wel dat de ondernemer of diens adviseur dit transparant toelicht.

Wisselende jaarcijfers over meerdere jaren zijn een extra aandachtspunt. Banken hanteren vaak een gemiddelde over drie jaar als maatstaf voor de terugbetalingscapaciteit. Als één jaar uitschieters vertoont door een eenmalige bate of een bijzondere last, is het belangrijk dat dit wordt verklaard. Financiers waarderen context, maar die context moet actief worden aangeleverd. Een adviseur die het verhaal achter de cijfers goed kan overbrengen, maakt hier het verschil.

Wat zijn de financieringsmogelijkheden voor een BV-structuur?

Ondernemers met een BV-structuur hebben toegang tot meerdere financieringsvormen, afhankelijk van het doel en de financiële positie van de groep. De meest gebruikte opties zijn een zakelijke hypotheek voor bedrijfsvastgoed, werkkapitaalfinanciering voor operationele liquiditeit, factoring voor het versnellen van cashflow en leaseconstructies voor bedrijfsmiddelen.

Vastgoed en langlopende investeringen

Voor de aankoop of verbouwing van een bedrijfspand is een zakelijke hypotheek de aangewezen route. De financier kijkt hierbij naar de waarde van het pand (de loan-to-value, ofwel LTV: het percentage van de taxatiewaarde dat wordt gefinancierd), de huurinkomsten of gebruikswaarde, en de financiële positie van de BV die het pand gaat exploiteren. Voor groei-investeringen in machines, technologie of capaciteitsuitbreiding biedt groeifinanciering een passende oplossing.

Werkkapitaal en kortlopende financiering

Heeft de werkmaatschappij behoefte aan liquiditeit voor de dagelijkse bedrijfsvoering, dan zijn werkkapitaalfinanciering en factoring relevante opties. Bij factoring verkoopt de BV haar openstaande facturen aan een factoringmaatschappij, die direct uitbetaalt. Dit is met name nuttig voor werkmaatschappijen met solide klanten maar trage betalers. Voor tijdelijke liquiditeitsbehoeften, bijvoorbeeld bij een overname of vastgoedtransactie, biedt een overbruggingskrediet uitkomst.

Naast de grote banken zijn er meer dan honderd financiers actief in Nederland, waaronder gespecialiseerde vastgoedfinanciers, alternatieve kredietverstrekkers en vastgoedfondsen. Elk van deze partijen hanteert eigen criteria en een eigen risicoprofiel. Voor een ondernemer met een complexe BV-structuur loont het om het aanbod breed te verkennen in plaats van uitsluitend bij de huisbank aan te kloppen.

Welke zekerheden vragen financiers bij meerdere BV’s?

Bij financiering aan een BV-structuur vragen financiers doorgaans zekerheden op meerdere niveaus. Gebruikelijke vormen zijn een hypotheekrecht op bedrijfsvastgoed, een pandrecht op inventaris of voorraden, een verpanding van debiteuren en een borgstelling van de holding of de directeur-grootaandeelhouder (DGA) persoonlijk.

Wanneer de lening bij de werkmaatschappij wordt afgesloten, wil de financier vrijwel altijd dat de holding medetekent of garant staat. Omgekeerd, bij een lening op holdingsniveau, kan worden gevraagd om een kruislingse zekerheid waarbij de werkmaatschappijen ook aansprakelijk worden gesteld. Dit heet ook wel een cross-guarantee constructie.

Persoonlijke borgstelling van de DGA is een gevoelig punt. Banken vragen dit regelmatig, maar de omvang en de voorwaarden zijn onderhandelbaar. Een goed voorbereide aanvraag waarbij de financiële kracht van de groep overtuigend wordt gepresenteerd, verkleint de kans op een volledige persoonlijke borg. Dit is een van de redenen waarom de kwaliteit van de aanvraag direct invloed heeft op de uiteindelijke voorwaarden.

Wanneer is een onafhankelijk financieringsadviseur noodzakelijk?

Een onafhankelijk financieringsadviseur is noodzakelijk zodra de financieringsaanvraag de standaardsituatie overstijgt. Bij meerdere BV’s, wisselende jaarcijfers, een combinatie van financieringsvormen of een afwijzing door de huisbank is gespecialiseerde begeleiding geen luxe maar een praktische noodzaak.

Een bank kan alleen haar eigen producten aanbieden en beoordeelt een aanvraag vanuit haar eigen risicocriteria. Dat betekent dat een afwijzing door de bank niet hetzelfde is als een afwijzing door de markt. Er zijn tientallen alternatieve financiers die andere criteria hanteren, hogere risico’s accepteren of juist gespecialiseerd zijn in bepaalde sectoren of structuren. Een onafhankelijk adviseur kent dit landschap en weet bij welke partij een specifieke aanvraag de meeste kans maakt.

Bovendien neemt de complexiteit toe bij zogenoemde stapelfinanciering: het combineren van een zakelijke hypotheek, werkkapitaalfinanciering en lease binnen één structuur. Elke financieringslaag heeft eigen voorwaarden, zekerheden en looptijden. Het coördineren van die lagen vraagt kennis die de meeste ondernemers zelf niet hebben en die een lokaal generalistisch kantoor zelden in huis heeft.

Finaforte werkt met meer dan 40 financiers en heeft meer dan tien jaar ervaring in het begeleiden van ondernemers met complexe structuren. Het team analyseert niet alleen de jaarcijfers, maar vertaalt ook het verhaal achter de onderneming naar de financier. Dat maakt het verschil tussen een afwijzing en een akkoord. Wilt u weten wat de mogelijkheden zijn voor uw BV-structuur? Neem dan contact op met Finaforte voor een vrijblijvend gesprek.

Gerelateerde artikelen